Woningmarktcijfers 2e kwartaal 2009
In de stad Groningen stijgen de huizenprijzen n het tweede kwartaal 2009 5,2% ten opzichte van het eerste kwartaal van dit jaar.
2009. De prijs per m2 stijgt met 1,1%. De definitieve cijfers komen voor het 1e kwartaal
van 2009 uit op respectievelijk -3,1% voor de gemiddelde woning en -2,6% voor de prijs
per m2. Het definitieve cijfer voor de prijs van de gemiddelde woning is in het 1e
kwartaal van 2009 uitgekomen op 219.000 euro. Het voorlopige cijfer voor het 2e
kwartaal van 2009 bedraagt 225.000 euro. Ten opzichte van het 2e kwartaal van 2008
daalt de prijs van de gemiddelde woning met -5,6% en daalt de vierkante meterprijs met -
3,9%. Dat de prijs van de gemiddelde woning sterker daalt dan de prijs per vierkante
meter betekent dat er veel meer kleinere woningen worden verkocht.
De gemiddelde verkochte woning in Nederland is in het 2e kwartaal van 2009 met 1,4%
in prijs gestegen. Na 3 kwartalen van prijsdaling is er nu weer sprake van een stijging. De
prijsdaling in het 1e kwartaal van 2009 was nog -3,1% De prijs per m2 is in het 2e
kwartaal van 2009 met 1,1% gestegen. In het eerste kwartaal daalde de prijs per m2 met -
2,6%. Het verschil tussen vraag- en verkoopprijs is praktisch gelijk gebleven op een
niveau van 4,8%.
Duur vs Goedkoop
In het 2e kwartaal stijgen de m2-prijzen voor zowel de dure woningen als de goedkope
woningen. Over alle woningen genomen stijgen de dure woningen sterker in prijs dan de
goedkope.
Geldvolume
Het totale geldvolume gemoeid met de verkoop van woningen is in het 2e kwartaal van
2009 met 30% toegenomen na een daling in het vorige kwartaal van -28%. Deze stijging
wordt veroorzaakt doordat in het 2e kwartaal van dit jaar meer woningen zijn verkocht
dan in het 1e kwartaal van 2009 en de prijs van de gemiddelde woning gestegen is.
Vergeleken met het 2e kwartaal van 2008 is het aantal verkopen 33% lager met nu 24.500
tegen toen 36 800 verkopen.
Aanbod versus verkopen
In het 2e kwartaal van 2009 komen er meer woningen nieuw te koop dan in het 1e
kwartaal van 2009. Ligt het aantal nieuw te koop komende woningen als percentage van
wat er al te koop stond in het 1e kwartaal van 2009 op 37%. Voor het 2e kwartaal van
2009 bedraagt dit cijfer 43%, 6 procentpunten meer. Doordat de verkoopquote met ruim 1
procentpunt licht stijgt tot een niveau van 14% neemt het aantal te koop staande
woningen, na een stijging in het vorige kwartaal van 6%, verder toe met 9% .
Voor woningen die al te koop stonden ligt de verkoopquote in het 2e kwartaal van 2009
hoger dan in het 1e kwartaal van 2009, om precies te zijn 1,9 procentpunt hoger. Voor
woningen die nieuw in aanbod komen stijgt de verkoopquote minder hard, 0,5
procentpunt. In het 2e kwartaal komt de verkoopquote van het oude aanbod daarmee uit
op 15% en voor het nieuwe aanbod op 13%. De looptijd van de woningen in het aanbod
neemt met 7% toe. De vraagprijs stijgt met 0,5%.
De regionale verschillen in het 2e kwartaal
In Nederland is geen sprake van een nationale woningmarkt: vraag en aanbod komen op
regionaal niveau bij elkaar. Ook in het 2e kwartaal van 2009 zijn er significante
verschillen tussen de 76 NVM-regio’s zichtbaar. De onderstaande tabel biedt de cijfers
voor een dwarsdoorsnede van de Nederlandse woningmarkten.
In bijna alle beschouwde regio’s stijgt de prijs van de gemiddelde verkochte woning in
dit kwartaal. Vooral de regio’s stad Groningen, de Zeeuwse Eilanden en Amsterdam
vallen op door sterke prijsstijgingen van respectievelijk 5,2%, 4,5% en 4,2%. In de
regio’s Almere en Zwolle neemt de prijs met -0,4% af.
Vergelijken we het 2e kwartaal van 2009 met een jaar eerder, dan is in alle regio’s de
prijs van de gemiddelde verkochte woning gedaald. In de regio’s Breda en Amsterdam is
de prijsdaling duidelijk het grootst, respectievelijk -9,0 en -8,9%.
NB
1. Voorlopige cijfers: De nieuwste kwartaalcijfers die de NVM uitgeeft, zijn altijd
voorlopig. Dit geldt ook voor het tweede kwartaal van 2009. Deze voorlopige cijfers
worden definitief gemaakt wanneer alle transacties die hebben plaatsgevonden in dit
kwartaal daadwerkelijk zijn afgemeld. Transacties die aan het eind van een kwartaal
plaats hebben gevonden, worden soms pas aan het begin van het volgende kwartaal
afgemeld. Dit gebeurt echter sporadisch, maar kan daarmee de cijfers beïnvloeden.
Het definitieve cijfer voor de prijsdaling in het eerste kwartaal van 2009 komt uit op -3,1
% (Het voorlopige cijfer was ook -3,1%). De definitieve prijs van de verkochte woning is
voor het eerste kwartaal van 2009 219 duizend euro (het voorlopige cijfer was 218
duizend euro).
2. Mediaan: de NVM geeft de verkoopprijs van de gemiddelde woning (mediaan =
middelste waarneming in de oplopende reeks van waarden) in plaats van de gemiddelde
waarde van de verkoopprijzen (rekenkundig gemiddelde).
3. Berekenmethode: De NVM berekent het prijsniveau per kwartaal voor Nederland als
geheel door het gewogen gemiddelde te nemen van de mediane verkoopprijzen per type
en regio. Er wordt daarbij gewogen met het aantal verkochte woningen per type en regio
in het betreffende kwartaal. Dit aantal kan van kwartaal tot kwartaal verschillen.
De prijsstijging/daling voor Nederland wordt berekend door het gewogen gemiddelde te
nemen van de mediane prijsstijging/daling per type en regio van kwartaal op kwartaal.
Daarbij wordt gewogen met de verkopen in beide kwartalen samen gedeeld door twee.
Doordat het aantal verkopen naar type en regio van kwartaal tot kwartaal kan verschillen,
verschilt het gemiddelde aantal verkopen over 2 kwartalen van het aantal in elk van beide
kwartalen. Daardoor hoeft op het niveau van Nederland als geheel het cijfer
gepresenteerd voor de prijsontwikkeling niet overeen te komen, met het eenvoudig zelf te
berekenen procentuele verschil tussen de voor Nederland gepresenteerde prijsniveaus.
Doorgaans zullen deze cijfers elkaar echter weinig ontlopen.
4. Wijzigingen in de beschikbaar komende NVM-cijfers: Met ingang van het tweede
kwartaal van 2005 is de regio-indeling gewijzigd. De belangrijkste verandering is dat de
NVM nu 76 woningmarktregio’s onderscheidt, voorheen waren dit er 80. Dit komt
doordat de nieuwe indeling gebaseerd is op dorpskernen en plaatsen en niet meer op
gemeenten. Hierdoor kan het voorkomen dat de eerder berekende prijzen iets afwijken.
Recreatiewoningen worden niet in de kwartaalcijfers meegenomen. Tenslotte heeft de
NVM de twee-onder-een-kapper als aparte categorie toegevoegd. Dat betekent dat er nu
vijf categorieën worden onderscheiden: appartement, tussenwoning, hoekwoning
(optelling geschakelde tussenwoning en hoekwoning), 2-onder-1-kapper en
vrijstaande woning. Al deze veranderingen zijn met ingang van het
tweede kwartaal 2005 met terugwerkende kracht in de NVM-kwartaalcijfers
doorgevoerd.
Bron: www.nvm.nl
